Mijn naam is Freek van der Kruk. Vanaf mijn 7e ben ik bezig met de schelpenhobby. Dit begon met emmertjes schelpen oprapen van het strand en mee naar huis nemen. Vijf jaar later na een flinke storm werd dit uitgebreid naar fossielen, eikapsels en losgeslagen zeepokken.
Een paar maanden daarna kreeg ik mijn eerste schelpen die niet van de Nederlandse kusten afkomstig waren. De zomer die daarop volgde was ik aan het logeren bij mijn oma. Op het logeerkamertje waar ik sliep vond ik een mandje met daarin diverse schelpen. Mijn oma vertelde me dat ze voor mij waren. Het waren schelpen van de Zuid-Europese, Afrikaanse, Indo-Pacifische en Australische kusten die ze had verzameld/gekocht op haar wereldreizen.
Vanaf dat moment begon mijn verzameling exlposief te groeien. Met sinterklaas kreeg ik elk jaar een mandje met schelpen. Met verjaardagen kreeg ik zo'n mandje, familie en kennissen namen schelpen voor me mee en natuurlijk keek ik op rommelmarkten altijd of iemand schelpen op zijn kraampje had staan.
Op een gegeven moment kreeg ik een PC op mijn kamer (een 286, maar ik was er dolgelukkig mee). In Windows 3.1 stond een programma "Kaartenbak". Hiermee kon ik de soorten die ik had ordelijk in de computer zetten. Tijdens mijn opleiding kwam ik in aanraking met het programma Access. Dit bood mij veel mogelijkheden. Zo begon ik mijn schelpen niet meer per soort te registreren, maar per stuk. Van elk exemplaar wou ik op kunnen zoeken waar, wanneer en door wie hij gevonden was, hoe hij bij mij terecht is gekomen en nog veel meer. Maar mijn wens bleef niet daarbij. Mijn droom was een computerprogramma te bouwen dat aan elke verzamelaars wensen zou voldoen. Het liefst nog internationaal. 10 jaar later had ik mijn droom gerealiseerd. Ik had een werkend programma waar iedere verzamelaar wel zijn ei in kwijt moest kunnen. Het bracht echter een probleem met zich mee. Er was zoveel data om in te voeren dat ik begon te twijfelen of ik ooit wel zou genieten van mijn schat van informatie. In contact komend met andere verzamelaars kwam ik tot de ontdekking dat een gegeven als zeldzaamheid geen constante factor was. Strombus gigas, enkele jaren geleden één van de meest voorkomende Gastropoda's, mag niet meer verhandeld worden en wordt steeds zeldzamer, terwijl de vroeger extreem zeldzaam en waardevolle Conus gloria maris tegenwoordig voor het gewone volk gewoon binnen handbereik ligt. Ik realiseerde me dat ik terug naar het begin moest. Sinds 2008 hebben we een nieuwe computer met Vista en Office 2007. Access 2007 bediend zichzelf praktisch zelf. Je zegt: "Ik wil een formulier!" en voila! Van de honderden invoervelden die ik had bedacht zijn er in mijn niewe database maar een tiental over. HEERLIJK!
Toen ik 17 was liet ik mijn verzameling schelpen zien aan mijn Duitse tante Dagmar. Ze vroeg me naar de soortnamen van een aantal, maar moest haar teleurstellen. Het enige boek wat ik had was een boek over Europese zeedieren (ik zag de Lambis chiragra toen ook nog aan voor een heeel grote Pelikaansvoet... hoe naïef...) Mijn tante vond dat ik een goed schelpenboek nodig had. Op mijn 18e verjaardag lagen er drie pakketen op de keukentafel. Een hele grote, een iets kleinere en een nog kleinere. Ik mocht ze pas uitpakken als Opa en Oma erbij waren. De grootste was een kleuren TV, de iets kleinere een VCR en de kleinste was de Schelpenencyclopedie van Kenneth Wye. De TV en VCR heb ik onwijs veel plezier van gehad op mijn slaapkamer. Helaas is de VCR na enige tijd versleten (zal zijn geld dubbel en dwars opgeleverd hebben) en is de TV na verhuizing naar eigen woning aan mijn broertje gedoneerd. Maar het schelpenboek gebruik ik nog steeds en is vanwege zijn ruime en overzichtelijke indeling nog altijd mijn grote favoriet.
Eind 2006 richtte ik het Schelpenforum op. Het is inmiddels uitgegroeid tot het grootste nederlandstalig schelpenforum (http://schelpenforum.messageboard.nl/). Via dit forum ben ik in contact gekomen met een aantal medeverzamelaars.
Inmiddels heb ik mijn vrouw (Meike) ook aangestoken met het schelpenvirus. In het begin vond ze alles mooi, maar had nog niet echt een absoluut favoriete familie. Bladerend in mijn boek viel haar op dat Cypraea veruit de grootste en mooiste familie moest zijn. Ze besloot die te gaan verzamelen.
In april 2008 ging ik voor het eerst in een professionele winkel schelpen kopen. Het was op de verkoopdag in Muzee Scheveningen. Schelpen die ik wel in mijn boek had zien staan, maar waarvan ik had gedacht dat ze altijd onbereikbaar zouden zijn bleken zo te koop te zijn.
In de weken daarna begon mijn hobby andere vormen aan te nemen. Schelpen met beschadigingen werden uit mijn verzameling verwijderd en ik begon een voorkeur te ontwikkelen voor de familie Strombidae.
In mei 2008 ging ik naar mijn eerste schelpenbeurs. Het was in Antwerpen en een grote tennishal stond VOL rijen tafels vol met schelpen. Werkelijk bijna alles was daar te koop. Hier kwam ik erachter dat mijn plan alleen Strombidae te gaan verzamelen meteen al in duigen viel. Meike had nergens last van. Die blijft nu nog steeds trouw aan Cypraea. Ik vind het toch jammer al dat andere moois te laten liggen omdat ik alleen Strombidae wil verzamelen.
In de maanden daarna zijn we via Marktplaats in contact gekomen met een handelaar die ons veel over de hobby heeft kunnen leren (en nog steeds doet).
In oktober 2008 zijn we naar een nieuwe verkoopdag van Muzee geweest. Helaas viel het aanbod deze keer tegen. Veel beschadigde schelpen tegen naar mijn idee te hoge prijzen. Ik ben thuisgekomen met alleen Cardiidae en Pectinidae (plus een Strombus en andere schelp die ik van een vriend kreeg.)
Twee weken daarna bezochten we de tweejaarlijkse beurs in Einhoven. Hier heb ik veel leuk en nieuw materiaal aangeschaft, maar ben weer een stapje dichterbij met wat ik nu met mijn verzameling wil. Ik wil me specializeren in de families Cardiidae, Pectinidae (beiden Bivalven), Muricidae en Strombidae (beiden Gastropoden). Maar ik wil me niet bezwaard voelen een mooie uitzondering mee te nemen. Hier zal mijn blog vanaf hier over gaan, met o.a. foto's, tips en te ruil aangeboden schelpen.